Joost zijn campagne

Dwergenstad

Handel
Aangekomen in K’tha’Khat (kattegat) gaan we eerst eens even wat van onze last verlichten. Dus we vervolgen onze weg dieper Kattegat in. De berg lijkt op een soort aambeeld, de bovenste laag helt dreigend over ons heen. Als we door de poort van de onderste laag lopen zijn we in een werkelijke dwergenstad beland. Maar zo te zien moeten ze niet heel veel van ons hebben, verscheidene winkels sluiten hun deuren. Maar Gaucelm laat echter zijn enthousiasme niet temperen en gaat met vier van onze dwarven ugroshes, vier scrolls en een paar juwelen op stap, hij krijgt ze verkocht en slaagt er ook nog eens in om een gluiperigheidsdrankje te kopen (potion of glibness).

Voor de rest staan we er maar een beetje bij. Martin afwachtend op de bevelen van Bartelomeus, Draco nog zichtbaar afgeleid door de ontmoeting met zijn vroegere meester Robert Leermaker. Behalve Erik, die lijkt weer eens nergens te bekennen. Maar we weten inmiddels beter (hij heeft de zijsteegjes bekeken en geconcludeerd dat die onvriendelijker zijn dan de redelijk verlichte hoofdstraat). Op een gegeven moment horen we ergens een schreeuw vandaan komen, ik tik Bartelomeus aan en zeg dat ik eens ga kijken of ik kan helpen. Niet dat we hier de wet bepalen, maar nood breekt wet als er iemand in nood is.

Steegjesruzie
Al snel komen we in een ontzettend donker steegje aan waar we van om de hoek een dwerg tegen de muur aangesmeten zien worden. Ik check of ik wat voor hem kan doen, maar hij ligt wel goed zo en wordt op het moment niet aangevallen. Om het hoekje staat een zwerver die door een dwerg vastgehouden wordt terwijl twee anderen hem in elkaar proberen te trappen. Draco en ik roepen beide dat het nu wel welletjes is in ons beste dwergs. Dat haalt blijkbaar weinig uit, of Bartelomeus heeft er weinig geduld mee en hij buldert in het common dat als er nog iemand is die de zwerver een trap durft te geven dat ze met hem te maken krijgen. Ook al verstaan de dwergen er geen snars van, het maakt indruk op in ieder geval twee dwergen die er als een haas vandoor gaan.

De dwerg die de zwerver vast heeft laat het koud. Gaucelm probeert nog wat commoner goodcop, maar de dwerg zet een wurgactie in. Dit mislukt echter totaal; de zwerver rukt zich los, draait zich om en steekt zijn middelvinger uit naar de dwerg. Van dat moment maakt Draco gebruik om de dwerg in een houdgreep te krijgen (deze probeert hem nog te ellebogen maar stoot slechts zijn telefoonbotje tegen Draco’s pantser). Gaucelm leidt ondertussen de zwerver af, die beteuterd naar zijn lege mok kijkt.

Beide Bartelomeus en Gaucelm proberen te zwerver te ontfutselen wat er hier in godsnaam aan de hand was. Maar uiteindelijk lukt het Draco om de dwerg, die inmiddels met een knie in zijn rug op de grond ligt en bijna om zijn moeder begint te roepen, uit te vinden wat nu eigenlijk het probleem is. De dwerg legt uit dat de zwerver zijn clan heeft beledigd, en hij begint om de wacht te roepen. Draco laat op hardhandige wijze weten dat dat niet de bedoeling is.

Terwijl Martin (op enthousiast boenende wijze) en ik de bewusteloze dwerg een beetje verzorgen is Erik op wacht gaan staan. Hij heeft al een keer geroepen dat de wacht er aan komt. Draco laat de dwerg uit de houdgreep en stuurt hem weg. Om te voorkomen dat we zelf opgepakt worden besluiten we zelf de wacht er maar bij te roepen. Ondertussen leest Bartelomeus de zwerver de les, en wordt vervolgens uitgemaakt voor ex-wijf en zoon van de zwerver, die vervolgens vrolijk verkondigt dat we met z’n allen naar de kroeg gaan en dat Gaucelm wel zal betalen.

Mensenclan
Als de wacht er eenmaal is en begrijpt wat er aan de hand is, raken ze in een verhitte discussie. Er is er eentje die me kan uitleggen wat er aan de hand is. Hij legt uit dat het op een nette manier kan: we gaan met z’n allen een nacht de cel in (de wet van de Lage Koning). Of wij rekenen af met het mens dat blijkbaar bij onze “mensenclan” hoort (en niemand zijn clan-eer raakt aangetast). Omdat het niet echt een optie is om een nacht in de cel te zitten vanwege de naderende drakendreiging besluiten we de dronken zwerver mee te nemen. Martin heeft ondertussen allerlei theorieën om de zwerver te temmen en vergelijkt hem met een zwerfhond, riem erbij en al. Alleen de zwerver is iets te sterk voor hem, en wil hem rechtstreeks naar de kroeg slepen. Gelukkig is daar Bartelomeus met z’n spierballen, en de zwerver wordt op z’n plaats gezet. We discussiëren wat over het nut van de man, naar mijn inziens kan hij ons alleen maar last opleveren, maar hij blijkt toch het een en ander van de stad en de dwergen in Kattegat te weten en dus nemen we ’m mee. Hij blijkt Winston te heten, en om hem tevreden te houden biedt Erik zijn eigengestookte sterke versie van sake aan.

Commons van de clanlozen
Het grote amulet van de groene draak die Draco om zijn nek heeft hangen wijst ons naar de commons van de clanloze dwergen. Het blijkt dat we ze al ontmoet hebben, blijkbaar had Winston ze beledigd. Hun clan-teken is een cirkel. Terwijl we de wijk binnen lopen worden wederom kinderen van straat gehaald en deuren en raamluiken gesloten, het is muisstil op de met vuil bestrooide straat en er hangt een onwelkome dreigende sfeer. Winston legt uit dat de clan-lozen de meest chauvinistische dwergen zijn en heel weinig van buitenstaanders (mensen, elven, etc.) moeten hebben. Wel even een verschil met Berenholm, waar mensen juist blij met me zijn en kinderen soms meerijden op Eridis; zo erg kunnen we toch niet zijn? Het amulet leidt ons naar de deur van het clan-huis. Het is een dikke, stevige, eikenhouten deur met een luik op borsthoogte en een grote cirkel in het midden. Draco bonkt op de deur en eist toegang.

Draken, dwergen, drakendwergen?
We horen voetstappen, het luikje schuift open en er tuurt een dwerg naar buiten. Waarschijnlijk ziet hij 6 (excl. Erik) bepantserde borstplaten. Draco beveelt de dwerg om open te doen, maar hij scheldt dat hij niets met smerige half-elven te maken wil hebben en we horen de voetstappen als de dwerg weer naar binnen loopt. Wat volgt is een scheldkannonade tussen Draco en de dwerg, die ik vervolgens vertaal voor Bartelomeus. Als de dwerg na een laatste scheldpartij weer naar binnen loopt opent Erik op verzoek van Draco op illegale manier de deur. Als Draco en Erik binnen stappen en de dwerg zich vol verbazing omdraait geeft Draco hem de volle ijzige laag van zijn breath weapon, Erik geeft hem vervolgens een tactisch geplaatste tik op zijn hoofd en de dwerg gaat neer. We doorzoeken zijn zakken en vinden een sleutel. Om te voorkomen dat hij er vandoor gaat rollen we hem in het tapijt dat op de vloer van de welkomstkamer ligt en binden er een touw omheen. Puur bij toeval zien we dat er onder het tapijt een plaat ligt, met daarin een sleutelgat. We proberen de sleutel in het sleutelgat en vervolgens dooft de haard en verdwijnt onder de grond. Naast de twee gangen links en rechts gaat er nu voor ons ook een gang open. Een koude wind waait in ons gezicht en naargeestige rillingen lopen over mijn rug. Wat er zich ook voor ons bevindt, het voorspelt weinig goeds.

Met wapen getrokken gaan we naar binnen. Het blijkt een drakenaltaar, en her en der verspreid over de kamer bevinden zich offerandes. Er bevinden zich symbolen in de vloer om een altaar heen waarop zich een zwart kistje bevindt. Martin is gefascineerd door een uit dieren, mensachtige, en andere botten samengesteld drakenskelet dat met touwen aan het plafond bevestigd hangt en als een teken van naderend onheil ons aan staart. Martin weet binnen een enkele minuut toch zeker de helft van de botten te herkennen. Niemand wil zich wagen aan het kleine zwarte doosje wat op het altaar staat. Uiteindelijk weet Martin zich los te rukken van zijn fascinatie van het samengestelde drakenskelet en leent een lockpick van Erik om het zwarte doosje open te maken, het doosje giechelt en charmeert zo Martin, die hem niet open krijgt maar zich toch over het doosje ontfermt. Erik kijkt een beetje beteutert naar de lockpick die hij terug krijgt. Dan merkt Draco dat ons target zich naar beneden begeeft. We keren terug naar de welkomstkamer om hem te ontmoeten.

De meester
Zonder enige twijfel bluft Draco dat hij de meester is en vraagt om een rapportage over de voortgang van de missie. Hij houdt zijn gezicht strak als de dwerg die ons doel is beweert dat hij gisteren nog contact heeft gehad met de meester gisteren, en hem vraagt of het wel goed met hem gaat. Als Draco nogmaals om rapport vraagt, stuurt de shaman zijn bodyguards weg. Draco haalt de drakendwerg over om mee te gaan naar het drakenaltaar, deze zet een aantal stappen vooruit maar dan valt zijn oog op het opgerolde tapijt met daarin de vorm van een dwerg herkenbaar. Iedereen trekt zijn wapens. Er komt een enorm brulgeluid uit de dwerg en een straal zuur raakt een ieder die in de vuurlinie staat (Gaucelm, Martin, Erik). Gelukkig zijn Martin en Erik scherp en voordat we het weten ligt de drakendiscipeldwerg op de grond; Eriks vuisten bewogen sneller dan het licht en Martin is er met een salto naar toe gesprongen, geland en heeft toen een goed gerichte pijl afgeschoten. Draco wacht de terugsnellende bodyguards op met zijn ijzige adem en voordat we het weten zijn we verder aan het knokken met de bodyguards. Dit duurt opmerkelijk genoeg iets langer. Gaucelm speelt zijn deuntje wat erg welkom is en bluft een van de bodyguards af door in de stem van de shaman te roepen dat er nog gevaar achter de bodyguards dreigt. Erik beweert dat de laatste bodyguard een fles bier bij zich heeft, wat er voor zorgt dat Winston op de guard duikt terwijl hij tot dan nog kotsend van de sake in de deuropening van het clanhuis heeft gestaan.

Als we denken dat het voorbij is, kunnen we het corresponderende amulet niet vinden op het dode lichaam van de dwergendrakendiscipel. Alle deuren in de kamer sluiten zich hermetisch, Gaucelm en Martin proberen de deur naar het drakenaltaar nog open te krijgen maar de sleutel wil niet draaien in het sleutelgat. De dode dwergendrakendiscipel begint te zweven en een telekinetische energie hangt in de kamer. Ik grijp de discipel bij zijn broekspijpen en Gaucelm en Bartelomeus onderzoeken de reden van het zweven onder zijn kleding. Maar dan zien we een verschijning van een jong drakenspook, met een eveneens etherisch amulet om zijn nek. Het spook slaakt een ijzingwekkende kreet, waarvan Bartolomeus, Martin en Winston compleet in paniek raken. Gelukkig kent Gaucelm ook een liedje om ze weer gerust te stellen.
Het dode lichaam van de shaman valt naar beneden. Voordat we onze wapens goed en wel in de aanslag kunnen nemen verdwijnt het spook weer. De volgende keer probeer ik hem te overtuigen met mijn familiering en mijn strengste gezichtsuitdrukking dat het op moet rotten. Maar helaas, het is niet onder de indruk. Het ziet me zelfs als een interessant lichaam om over te nemen, maar mijn mentale training betaalt zich terug. Hij verdwijnt en verschijnt steeds voordat we hem echt veel pijn kunnen doen. Maar dan doet Gaucelm iets heldhaftigs door te bluffen dat hij de grootste bedreiging is voor het spook in plaats van ik. Het spook trapt erin en probeert zich in hem te manifesteren, dat geeft ons de kans de verschijning te verslaan. De anderen hebben flink moeite om het spook te raken, hun wapens lijken gewoon door het spook heen te gaan. Gelukkig heb ik in mijn opleiding geleerd dat de positieve energie die ik in m’n handen heb en waarmee ik soms wonden kan genezen, wezens zoals spoken juist pijn doet. Tijd om dat uit te proberen. Het blijkt te werken en verzwakt het spook behoorlijk, zodat Draco uiteindelijk het spook de genadeklap toe kan brengen.

Het spannendste moment voorbij?
Nadat het spook is verslagen, ontgrendelen de deuren en we kunnen opgelucht ademhalen, maar niet voor lang. Nadat Erik de bovenverdieping waar de administratie ligt onderzocht heeft (het blijkt dat de clan de afgelopen maanden flink is gegroeid) en Martin de lege barakken, staart ons een menigte vanaf de straat aan. En ze kijken niet vrolijk. Op klungelige wijze probeert Gaucelm nog uit te leggen dat de baas een door en door slechte drakenaanbidder was, en dat er een duister drakenaltaar in hun clanhuis ondergebracht is, maar dat laat de menigte koud. Gaucelm ziet dat zelfs zijn woordkunsten hier niet zomaar tegen opgewassen zijn, kijkt met enige spijt naar zijn gluiperigheidsdrankje en slaat het achterover. Vol zelfvertrouwen loopt hij nu op de menigte af. Hij zegt iets als: “beste bewoners van Kattegats mooiste prachtwijk, wij hebben u van een groot kwaad verlost, al uw levens zullen er door verbeteren en wij zijn jullie grootste vrienden.” De menigte kijkt zeer verbaasd alsof ze het bijna geloven, en dat geeft ons de tijd om er zo snel mogelijk vandoor te gaan, met een hartslag van minstens 150. Daar zijn we met heel veel geluk goed vanaf gekomen.

Als we uit zicht zijn beginnen we te rennen. We begeven ons terug naar de markt om op adem te komen en te bedenken hoe we op de hogere niveaus gaan komen. (Hier hebben we de aanwezigheid van de andere drakendiscipels vastgesteld)

Comments

joostkroes joostkroes

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.